
1
Toine doet de voordeur
open. Hij wil de woonkamer ingaan, maar in de gang blijft
hij staan.
‘Mens, hou toch eens op!’ hoort hij zijn vader schreeuwen.
‘Weet je wie op moet houden…!?’ schreeuwt
zijn moeder. ‘Jij!’ Toine zucht. De laatste
tijd hebben zijn ouders vaak ruzie. Robert, zijn een jaar
jongere broer, steekt zijn hoofd om de hoek
van het trapgat.
‘Gezellig hier, hè?’ Toine loopt naar boven.
Hij hoort zijn zusje Birgit snikken.
Toine gaat haar kamer in en slaat een arm om haar heen. ‘Het
is zo over, maak je maar niet druk.’
‘Ja ja,’ lacht Robert. ‘Zo over. Ze zijn al
minstens een uur bezig.
Hier heb ik dus echt geen zin in. Ik barst van de honger.
Ik stel voor dat we naar MacDonalds gaan om een Big Mac
te scoren.’
‘Ja!’ Birgit is meteen blij. ‘Een Big Mac!’
‘Heb je geld dan?’ Toine kijkt Robert aan.
‘Dat gaan wij niet betalen,’ zegt Robert. ‘Risico
van het vak, dan moeten ze maar geen ruzie maken. We halen
het uit de huishoudpot.’
‘Dat kan toch niet zomaar,’ zegt Toine.
‘Natuurlijk wel,’ zegt Robert. ‘Ik doe er wel
een briefje bij en als we commentaar krijgen, betaal ik
zelf wel.’
Ze kijken verschrikt naar elkaar. Het gaat er wel heel
erg hard aan toe beneden.
‘Doen we het?’ vraagt Robert.
Toine ziet het angstige gezicht van zijn zusje. Hij vindt
het zielig voor haar. Ze is nog maar acht jaar oud.
‘Ja,’ zegt hij. ‘Ik ben het er wel mee
eens. We zullen toch moeten eten.’ Hij heeft zelf
ook geen zin om middenin dat geschreeuw te zitten.
‘Ik neem nooit verkering,’ zegt Robert. ‘Je
ziet wat ervan komt.’
‘Je hebt gelijk,’ zegt Toine. Zijn verkering
is al een tijdje uit. Gelukkig wel, want hij was niet echt
verliefd.
Volgens Pierre, zijn beste vriend, heeft hij zich laten versieren. ‘Je
bent erin getrapt,’ zei Pierre. Eerst werd Toine kwaad
toen hij dat zei, maar achteraf gezien had-ie wel gelijk.
Hij is blij dat het uit is. Eigenlijk heeft hij helemaal
geen tijd voor verkering. Hij is altijd met muziek bezig
en als hij even niet hoeft te drummen, dan werkt hij in de
kantine
van
de tennisvereniging. En hij doet ook nog aan basketbal. Er
is wel een meisje dat
hij leuk vindt, maar daar wil hij nu liever niet aan denken.
Met z’n drietjes lopen ze de trap af.
Robert schrijft beneden een briefje. ‘Wegens geluidsoverlast
zijn we noodgedwongen uitgeweken naar de MacDonalds.’
‘Kom mee.’ Toine pakt geld uit de huishoudpot.
‘Nou, die zijn voorlopig nog niet uitgeruzied,’ zegt
Robert.
‘Ach man!’ horen ze hun moeder schreeuwen. ‘Je
liegt!’ ‘
Nee, dat denk ik ook niet,’ zucht Toine.
‘Een superzet van
ons,’ zegt Toine als ze na de MacDonalds weer naar
huis fietsen. Ze hebben helemaal niet meer aan de ruzie
gedacht. Birgit ziet er al veel gelukkiger uit. Als ze
voor het stoplicht staan, gaat er een rilling door Toine
heen.
Daar
heb je d’r, denkt hij. Hij kijkt naar een blond meisje
dat aan komt fietsen.
‘Ken je haar?’ vraagt Robert.
‘Dat is Fleur,’ zegt Toine. ‘Ze zit bij ons
op school.’
‘Leuke chicka.’ Robert kijkt Fleur na. ‘Ik
denk dat ik je toch maar weer eens van school kom halen.’ Hij
stoot zijn broer aan. ‘Of vind jij haar leuk?’
‘Ik wil helemaal geen verkering,’ zegt Toine.
‘Dat vraag ik niet,’ zegt Robert. ‘Ik vroeg
of je haar leuk vind.’
‘Nee,’ zegt Toine. Hij voelt dat-ie een kleur krijgt.
Hij vindt
Fleur eigenlijk wel leuk, maar dat gaat zijn broer niks
aan. Als-ie
dat vertelt, krijgt hij alleen maar gezeur.
‘Als jij niks van haar wil, dan ga ik achter haar
aan,’ zegt
Robert. Toine schrikt. Alleen het idee al dat Robert met
Fleur zou gaan.
Dat wil hij niet.
‘Haha, je wordt helemaal rood,’ zegt Birgit,
die lachend naast hem fietst.
‘Wat nou?’ zegt Toine geirriteerd.
‘
Je hebt gelijk, zusje,’ lacht Robert. ‘Hij
vindt haar dus wel leuk.’
Hij fietst door.

 |